Klein geaderd witje (Pieris napi)

Klein geaderd witje op een pinksterbloem in de Duursche waarden.

Kenmerken – Deze vlinder heeft een spanwijdte van 50 mm. De bovenzijde van vleugels van deze vlinders is wit. Mannetjes van de eerste generatie hebben aan de bovenkant een duidelijke zwarte vleugelpunt, maar geen stippen. De tweede generatie mannetjes hebben wel een stip aan de bovenzijde van de voorvleugel. Het vrouwtje heeft twee zwarte stippen op de vleugels en bij haar zijn ook de aders aan de bovenzijde veel duidelijker te zien. Aan de onderzijde van de vlinder is veel beter te zien hoe deze vlinder aan zijn naam komt. Hier zitten duidelijke grijsgroene aders. Bij de eerste generatie zijn deze vaak breder dan bij latere generaties. Soms is bij de tweede of derde generatie verwarring mogelijk met een Klein koolwitje.

Deze witjes zie je ‘s morgens als één van de eerste vlinders rondvliegen. Met hun vleugels richten ze het zonlicht op hun lijf en zijn daardoor eerder in staat om te vliegen. Extra vroeg opstaan dus voor slapende witjes.

Naamgeving – N: Klein geaderd witje – D: Rapsweißling – Lat: Pieris napi – E: Green-veined White
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam “Pieris” waren dochters van de Macedonische koning Piërus (Pierides). Het tweede deel “napi “ komt van Brassica napus, koolzaad. Helaas laten de vlinders deze gedroomde waardplant in de praktijk links liggen.

Leefomgeving – Deze vlinder komt algemeen voor in Nederland. Je ziet ze in (moes)tuinen, parken, open bossen, vochtige weiden en heide en langs rivieren. Aan het begin van het vlinderseizoen zoek ik ze graag op in de Duursche waarden, langs de IJssel. Nu, midden in de zomer, doet de tweede generatie zich tegoed aan de vlinderstruiken in mijn tuin.

Vliegtijd – Rupsen komen eind april uit en de eerste generatie vliegt tot half juni. De tweede generatie vliegt van begin juli tot begin september. Overwintering vindt plaats als pop. Beste tijd voor foto’s van verse exemplaren is dus april en juli.

Waardplant – Rupsen leven van allerlei kruisbloemigen, waaronder knoflook, pinksterbloem en look zonder look. Het vrouwtje plakt eitjes onder aan een blad van de waardplant. Ze kiezen voor eiafzetting graag kleine exemplaren uit die op vochtige zonnige plaatsen staan.