Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola)

Mooi, snel en harig vlindertje. (Essex Skipper, Schwarzkolbiger Dickkopffalter, Thymelicus lineola)

Kenmerken – De spanwijdte van dit oranje dikkopje is 22 tot 26 mm. De bovenzijde van de vleugels is oranje waarin op de achtervleugels donkere aders zichtbaar zijn. Langs de rand van de vleugels zit een donkere rand die aan de voorste rand van de achtervleugel vrij breed is. Mannetjes en vrouwtjes lijken op elkaar. Onderscheid is mogelijk door een smalle donkere geurstreep op de voorvleugel bij het mannetje. Deze streep loopt parallel met de vleugeladers. Hierin verschilt hij van het veel op deze soort lijkende Geelsprietdikkopje, waarbij deze streep niet parallel met de aders loopt. De onderzijde van de achtervleugels is egaal lichtbruin. De voorvleugel is oranjebruin, maar aan de punt ook weer bruin. De vleugels zijn omrand met een lichte franje. De bovenkant én de onderkant van de sprietknoppen is zwart. Bij het Geelsprietdikkopje is de sprietknop aan de onderzijde geelbruin.

Het Zwartsprietdikkopje is, net als andere dikkopjes, een snelle en drukke vlieger. Met name als het mooi weer is. Bij bewolking zijn ze minder actief. Mannetjes jagen indringers weg uit hun territorium. Dit kunnen mannelijke soortgenoten zijn, maar ook andere vlindermannen worden niet geduld. Vrouwtjes houden zich veelal wat meer gedeisd. Net als veel andere dikkopjes, houdt ze hierbij haar voorvleugels rechtop en de achtervleugels gespreid.

Naamgeving – N: Zwartsprietdikkopje – D: Schwarzkolbiger Braun-Dickkopffalter – Lat: Thymelicus lineola – E: Essex Skipper
De wetenschappelijke naam Thymelicus stamt uit het theater en betekent acteur of muzikant. De term lineola heeft betrekking op de smalle geurstreep (kleine lijn) van het mannetje.

Leefomgeving – Deze vlinder komt algemeen in Nederland voor. Hij is onder andere te vinden op droge niet begraasde delen van graslanden, dijken en bermen.

Vliegtijd – Eind juni tot eind augustus in één generatie. Mijn foto’s zijn tussen half juli en begin augustus gemaakt. De soort overwintert als ei. Rupsjes komen in maart of april uit het ei. De mooiste fotokans van een vers exemplaar heb je dus in de eerste helft van juli.

Waardplant – Rupsen eten ‘s nachts allerlei grassoorten zoals kropaar, gladde witbol, timoteegras en boskortsteel. Overdag schuilen ze in een opgerold blad. In tegenstelling tot zijn geel-gespriete broeder voedt de rups zich nooit met gestreepte witbol. Vlinders zoeken nectar op wilde bloemen zoals gewone rolklaver, slangenkruid, akkerdistel, rode en witte klaver en centaurie.