Oranje luzernevlinder (Colias croceus)

Oranje luzernevlinder op rode klaver. Bij de tichelgaten tussen Windesheim en Herxen.

Kenmerken – Deze vlinder heeft een spanwijdte van 40 tot 50 mm. Bij mannetjes is de bovenzijde van de vleugels oranje-geel met zwarte randen. In deze zwarte randen zie je bij de voorvleugels gele aders. Mannetjes hebben een licht geurstreep aan de rand van de achtervleugels. Vrouwtjes zijn ook oranje van kleur en hebben gele vlekken in de zwarte vleugelranden. Aan de onderzijde van de vlinder zijn de achtervleugels geel met een brede grijze-groene buitenrand. De voorvleugels hebben aan de onderzijde enkele zwarte en bruine vlekken. Op de achtervleugels is een duidelijke lichte vlek in de vorm van een acht te zien. De randen van het grote en kleine rondje van de acht zijn bruin.
De oranje luzernevlinder is een uitstekende vlieger die grote afstanden kan overbruggen. Dit maakt hem een lastig doelwit voor slome fotografen zoals ik.

Net als de meeste witjes houdt hij bij het drinken van nectar de vleugels dichtgeklapt. Je ziet de bovenzijde van deze vlinder heel zelden.

Naamgeving – N: Oranje luzernevlinder – D: Wandergelbling, Postillon – Lat: Colias croceus – E: Clouded Yellow
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam “Colias” stamt af van een kaap aan de oostelijke kust van Attica (Griekenland), waar een tempel en een standbeeld was gewijd aan Venus Colias. Het tweede deel “croceus” betekent “saffraan-gekleurde”en slaat op de oranje-gele kleur van de vleugels. Ook de vrouwelijke vorm “Colias crocea” kom je wel tegen als synoniem.

Leefomgeving – Deze trekvlinder is vrij zeldzaam in Nederland. In sommige jaren zie je hem vrijwel niet, terwijl hij in goede jaren, zoals in 2014, overal in Nederland te zien is. De vlinder houdt van droge, warme en kruidenrijke weiden en warme (kalk)hellingen. Ook zijn uiteraard luzernevelden in trek. In Zwolle-Zuid zag ik er een paar op een ruig veldje langs het spoor. Ook in Windesheim, vlak bij de IJssel, heb ik in 2014 enkele tientallen exemplaren zien vliegen.

Vliegtijd – Deze vlinder komt vanuit Noord-Afrika naar Europa. Hij komt mondjesmaat vanaf mei naar ons land. Latere generaties die opgroeiden in Frankrijk zie je hier in wat grotere getale van augustus tot september vliegen. Beste tijd voor foto’s is dus augustus. Eigenlijk mag je heel blij zijn als je er één aantreft. De vlinder plant zich wel voort in Nederland, maar helaas zijn de Nederlandse winters voor deze als rups overwinterende soort vaak te streng. En als hij niet omkomt van de kou dan weten spinnen en roofinsecten wel raad met onvoorzichtige rupsjes die op milde dagen in beweging komen om nog wat te eten.

Waardplant – Rupsen leven van vlinderbloemigen, zoals luzerne, rolklaver, wondklaver en wikke. Het vrouwtje plakt eitjes met twee of drie tegelijk aan de bovenkant van een blad van de waardplant. Volwassen vlinders halen nectar bij onder andere luzerne, knoopkruid, rode klaver en centauri. In tuinen vallen gele bloemen van bijvoorbeeld afrikaantjes en havikskruid in de smaak.