Landkaartje (Araschnia levana)

Landkaartje onderzijde zomervorm.

Kenmerken – Er is een groot verschil tussen de twee generaties van deze vlinder. De voorjaarsvorm (f. levana) heeft een oranje basiskleur met zwarte vlekken. Deze vorm is ook iets kleiner met een spanwijdte van 32 mm voor mannetjes en 38 mm voor vrouwtjes. Op de achtervleugel zit een blauwe rij maanstreepjes. De zomervorm (f. prorsa) is zwart met een witte band en lijkt op een Kleine ijsvogelvinder. Deze vorm heeft een spanwijdte van 38 mm voor mannetjes tot 43 mm voor vrouwtjes. De zomervorm heeft op de achtervleugel één of twee smalle oranje strepen die nog een beetje doorlopen in de voorvleugel. Op de voorvleugel van beide vormen zitten nog enkele witte vlekken. De onderzijde van de vleugels bepaalde de Nederlandse naam van dit vlindertje. Deze is bruinrood en lijkt een wegennet te bevatten. Bij de voorjaarsvorm zitten vage paarse vlekken op de voor- en achtervleugel. Bij de zomervorm is ook hier de witte band te herkennen. Vrouwtjes zijn duidelijk groter dan mannetjes. Haar voorvleugels zijn ronder van vorm en haar achterlijf is in verhouding dikker, vanwege de eitjes. Mannetjes verdedigen een territorium. Het lijkt erop dat ze alleen met vrouwtjes van hun eigen generatie paren. De generaties overlappen ook niet echt.

Vroeger dacht men dat het om twee verschillende soorten ging, maar toen kwamen onderzoekers erachter dat eitjes van de voorjaarsvorm altijd de zomervorm voortbrachten. Het blijkt dat dit te maken heeft het het aantal zonuren tijdens het rupsstadium. In de korte dagen in augustus (minder dan 16 uur licht) ontwikkelt zich uit de rups, na overwintering als pop, de voorjaarsvorm. In juni is het meer dan 16 uur licht en dus ontstaat de zomervorm. Soms zie je een tussenvorm die f. porima genoemd wordt. Deze vorm lijkt voor te komen bij koude sombere zomers.

Naamgeving – N: Landkaartje – D: Landkärtchen – Lat: Araschnia levana – E: Map Butterfly
De wetenschappelijke naam Araschnia levana is afgeleid van Araschnia, een verbastering van arachna (spin) wat weer te maken heeft met de spinnenweb-lijnen op de onderzijde van de vleugel. Levana komt van levo, verheffen of opstijgen. Prorsa is vernoemd naar een Romeinse dubbelgodin annex vroedvrouw die keek of het kindje in kruin- of stuitligging gedragen werd. (letterlijk voorwaarts versus achterwaarts)

Leefomgeving – Deze vlinder komt in heel Nederland voor. De voorjaarsvorm komt minder voor, want deze legt een langere en daarmee riskantere weg af als rups en pop. Je vindt hem in vochtige bossen en ruigten waar brandnetels voorkomen. Mijn eigen foto’s zijn gemaakt in de buurt van de IJssel bij Windesheim, de Duursche Waarden en in het Zwolse park Het Engelsche Werk.

Vliegtijd – De als pop overwinterde voorjaarsgeneratie vliegt van half april tot eind juni. De tweede generatie zie je tussen begin juli en half september.

Waardplant – Onder aan een blad van de grote brandnetel worden strengen van wel 10 tot 13 eitjes gehangen. Kleine rupsjes leven in groepen, maar ze spinnen anders dan bijvoorbeeld de Kleine vos geen nest.