Dagpauwoog (Aglais io)

Dagpauwoog

Kenmerken – De spanwijdte van deze vlinder is 50 tot 55 mm. Aan de bovenzijde is hij donkerrood met daaromheen een brede bruine rand. Op zowel de voor- als achtervleugel zit een groot opvallend oog. Deze ogen maken de Dagpauwoog onmiskenbaar. Op de voorvleugel is het oog wit en geel met in het hart een rood-zwarte vlek. De ogen op de achtervleugels zijn zwart met fluorescerend blauw. Aan de voorrand van de voorvleugel zit een grote en een kleinere zwarte driehoek. Vrouwtjes en mannetjes lijken veel op elkaar. De onderzijde van de vleugels is vlekkerig bruin-zwart gekleurd en geeft een heel goede camouflage. In het gedrag zijn mannetjes territoriaal. Langstrekkende vrouwtjes proberen ze te onderscheppen. Als ze hierbij in het territorium van een ander belanden, volgt een waar luchtgevecht en ontsnapt het vrouwtje vaak. De franje om de vleugels is zwart.

Wetenschappelijke studies tonen aan dat de ogen een effectief middel zijn om te overleven. Als een Dagpauwoog belaagd wordt voor een vogel dan klapt hij plotseling de vleugels open, laat de ogen zien en maakt een sissend geluid. Vogels schrikken hiervan en als ze er van bekomen zijn dan nemen ze vaak een hap uit de vleugel in plaats van het lijf.

Naamgeving – N: Dagpauwoog, D: Tagpfauenauge, Lat: Aglais io, E: Peacock
De wetenschappelijke naam Aglais io is afgeleid van Io, een scharreltje van Zeus, uit de Griekse mythologie, die ook nog even als koe door het leven ging. Aglais is afgeleid van schoonheid. Deze vlinder wordt als een van de mooiste van Europa beschouwd.

Leefomgeving – Deze vlinder is in Nederland heel algemeen. Je kunt ze overal tegenkomen, zoals in parken, tuinen, open bossen en op andere bloemrijke plekken.

Vliegtijd – Deze soort overwintert als volwassen vlinder en vliegt dus in het voorjaar als een van de eerste soorten rond. Vanaf eind juni tot aan hun winterslaap kun je ze ook tegenkomen. Vlinders kunnen wel een jaar oud worden en hun vliegtijd kan in de zomer die van de volgende generatie overlappen.

Waardplant – Rupsen leven in groepen (nesten) op de grote brandnetel.