Zilveren maan (Boloria selene)

Zilveren maan in het Luttenbergerven

Kenmerken – De spanwijdte van deze vlinder is 28 tot 38 mm. Aan de bovenzijde is hij oranje met zwarte vlekken en strepen. Om de buitenrand van de vleugels zitten licht oranje vlekken met zwarte naar binnen wijzende boogjes. Een stukje naar binnen heeft hij een rij ronde zwarte vlekken. Net als bij veel andere parelmoervlinders, zitten bij de vleugelbases zwarte korte steepjes. Vlak bij de basis van de ondervleugel zit een ronde zwarte vlek. De ondervleugels zijn afwisselend geelwit en licht oranje. De witte buitenrand, de zilveren maan, wordt begrensd door dunne zwarte naar binnen wijzende v’tjes. Ook aan de onderzijde zit een zwarte stip bij de basis. Tenminste bij vrouwtjes. Bij mannetjes is dit meer een rondje. Een ander verschil tussen de geslachten is het feit dat vrouwtjes duidelijk groter zijn dan mannetjes. De franje om de vleugels is wit met dunne zwarte streepjes.

Naamgeving – N: Zilveren maan, D: Braunfleckiger Perlmutterfalter, Lat: Boloria selene, E: Small pearl-bordered fritillary
De wetenschappelijke naam Boloria selene is afgeleid van Selene, de Griekse maangodin. Boloria stamt volgens vlindernet af van bolos (=visnet). Volgens een Franse site is de herkomt echter het Bolor gebergte. Frederic Moore heeft een aantal soorten Boloria’s beschreven die hier gevonden zijn. Moore was conservator van het Museum van de Engelse Oost-Indische Compagnie.

Leefomgeving – Deze vlinder is in Nederland vrij zeldzaam. In de Weeribben-Wieden en in enkele natuurgebieden in Friesland, Gelderland en Utrecht vliegen ze op dit moment nog rond. Ze zijn te vinden op vochtige weiden (blauwgrasland), op velden langs beken en rivieren, op open plekken in vochtige bossen en op heide en venen. Mijn eigen foto’s zijn gemaakt in de Wieden, in het Luttenbergerven en in Duitsland in het Perlenbachtal.

Vliegtijd – De eerste generatie Zilveren manen vliegt van begin mei tot half juni. Sommige rupsen van de tweede generatie stoppen ’s zomers een tijdje met eten. De tweede vliegtijd is daardoor vrij lang; van begin juli tot half september. De rups van de eerste generatie overwintert na drie vervellingen en ontpopt dus begin mei.

Waardplant – Het moerasviooltje, duinviooltje en hondsviooltje. Rupsen lijken niet erg kieskeurig.