Kleine parelmoervlinder (Issoria lathonia)

Kleine parelmoervlinder

Kenmerken – De spanwijdte van deze vlinder is 35 tot 45 mm. De naam Kleine parelmoervlinder is een beetje misleidend, want er zijn best kleinere parelmoervlinders, zoals bijvoorbeeld de Bosparelmoervlinder en de Zilveren maan. Aan de bovenzijde is hij rood-oranje met een regelmatig patroon van ronde zwarte vlekken. De basis van de vleugels is bruin. Kenmerkend is de hoekige vorm van de vleugels. Het meest opvallende verschil met andere parelmoervlinders zijn echter de zeer grote parelmoervlekken op de achterste ondervleugels. De ondervleugels zijn geelbruin en hebben ook een rij kleine bruin-omrande lichtvlekjes. Op de voorvleugels zitten ook nog enkele parelmoervlekken. Mannetjes en vrouwtjes lijken erg veel op elkaar. Vrouwtjes zijn iets groter en lijken iets groener. Aan het gedrag is het verschil wel goed te zien. Vrouwtjes zijn onopvallend, terwijl mannetjes heel druk zijn en alle passerende vlinders verjagen.

Naamgeving – N: Kleine parelmoervlinder – D: Kleiner Perlmutterfalter – Lat: Issoria lathonia – E: Queen of Spain Fritillary
De wetenschappelijke naam lathonia is afgeleid van Latona of Leto, de moeder van Apollo en Artemis. Een andere bron meldt echter dat het een bijnaam van Artemis is.

Leefomgeving – Deze vlinder komt in Nederland vooral in duingebieden voor. Hij is een goede vlieger en kan daardoor overal in Nederland opduiken. Zelf kwam ik er een tegen op Ameland en op een vers aangelegd natuurveldje bij Wekerom. Hij houdt van open grasland en pioniersvegetatie. Hij zit vaak op kale grond, wat ik als fotograaf maar matig waardeer. De vlinder heeft een warme en droge habitat nodig om zich voort te kunnen planten. Vandaar de voorkeur voor de duinen.

Vliegtijd – Begin april tot eind oktober in drie of zelfs vier generaties. Hij overwintert als (half)volgroeide rups of als pop. Afhankelijk van het overwinterstadium vliegen de eerste exemplaren dus al in april rond.

Waardplant – Allerlei soorten viooltjes, zoals het Akkerviooltje en in de duinen het Duinviooltje en Driekleurig viooltje. Overigens zijn de rupsen ook niet vies van de gekweekte hybriden die in tuinen te vinden zijn.