Grote parelmoervlinder (Argynnis aglaja)

Grote parelmoervlinder

Kenmerken – De spanwijdte van deze vlinder is 50 tot 55 mm. Hij is hiermee, op de Keizersmantel na, de grootste parelmoervlinder in Nederland. Aan de bovenzijde zijn ze oranje met zwarte vlekken en strepen. Bij vrouwtjes zijn de strepen breder en duidelijker. Ook hebben vrouwtjes langs de vleugelrand een rij met lichtere vlekken. Mannetjes hebben hier een rij zwarte driehoekjes. Aan de buitenrand zit een brede donker band. Aan de onderzijde zijn de vleugels geelbruin met op de achtervleugel veel lichte parelmoervlekken. Langs de rand van die vleugel zit nog een rij heldere vlekken.

Naamgeving – N: Grote parelmoervlinder – D: Großer Perlmutterfalter – Lat: Argynnis aglaja – E: Dark Green Fritillary
De wetenschappelijke naam Aglaja is van één van de drie gratiën. Agamemnon, koning van Mycene, richtte aan de oever van de rivier Cephisus een tempel ter verering van Venus op, nadat zijn geliefde Argynnus was verdronken. In het woord Argynnis kun je ook het Griekse woord arguros “zilver” herkennen, wat kan slaan op de zilverkleurige vlekken op de vleugels.

Leefomgeving – Deze vlinder is zeldzaam in Nederland. Hij komt alleen nog op de Hoge Veluwe en op de waddeneilanden voor. Hij is te vinden op vochtige en droge weiden in en aan de rand van bossen. Ook op blauwgrasland en duingrasland is de vlinder te vinden. Nectar halen ze graag uit distels. Zelf heb ik hem tijdens een vakantie in Duitsland langs een breed bospad gezien.

Vliegtijd – Midden juni tot eind augsutus in één generatie.

Waardplant – Allerlei soorten viooltjes, zoals het Moerasviooltje, Hondsviooltje en Ruig viooltje, maar ook de Adderwortel. Het vrouwtje kiest planten uit die niet in de schaduw van bomen staan.